Waarom is die loonsverhoging 'voor onze zorghelden' zo moeilijk?

 

Woensdag 12 augustus vond er een debat plaats over het belonen van de mensen in de zorg.  Kamerleden zouden woensdagavond zijn ‘weggerend’ zodat er niet genoeg aanwezigen waren voor een stemming over salarisverhoging voor zorgmedewerkers, brieste de oppositie (Ik geef Geert Wilders niet graag gelijk, maar nu wel). Die stemming komt er heus wel, susten de coalitiepartijen hierna. En dan zullen ze (opnieuw) tegenstemmen. Waarom?

Inmiddels komen daar zoveel kritische vragen over, dat de D66 en ChristenUnie zich vandaag genoodzaakt zagen om tekst en uitleg te geven: sorry, dit zag er niet goed uit, maar heus, die motie komt binnenkort echt wel in stemming. 

 

Waarom vindt de regering & coalitie dat de zorgverleners geen structurele loonsverhoging mogen krijgen?

De afgelopen maanden is daar al meerdere keren over gedebatteerd en gestemd. Steeds slaagt de coalitie er dan in net iets meer Kamerleden op de been te krijgen dan de oppositie. En steeds hebben ze dan wat uit te leggen, ook aan hun eigen achterban. Hoezo gunnen VVD, CDA, D66 en CU 'de zorghelden' geen goed salaris?

Kabinet en coalitiepartijen in de Tweede Kamer verwijzen dan graag naar de 1.000 euro bonus die zorgverleners al wel in het vooruitzicht is gesteld. Die bonus is bedoeld voor uitvoerend personeel, zowel ‘vaste’ krachten als zzp’ers. Denk aan verpleegkundigen, verzorgenden, zorghulpen, doktersassistenten, anesthesiemedewerkers, operatieassistenten en ambulancepersoneel. De bonus moet door de werkgever worden aangevraagd en uitbetaald. Waarschijnlijk gaat het loket voor de aanvragen op 1 oktober open.  

 

Applaus voor de zorg

Loonsverhoging;

Dat is traag en moeizaam, vinden de oppositiepartijen. En bovendien eenmalig. Het gaat hun vooral om de gewone salarissen: een extra salarisschaal voor uitvoerende zorgverleners of gewoon een forse loonsverhoging voor iedereen. 

Daar vroegen SP, GroenLinks en PvdA dinsdag om: ‘Een structureel betere waardering van zorgverleners is in ieder geval nodig om ervoor te zorgen dat zorgverleners in de zorg willen blijven werken.’ Dus niet alleen een applaus.

Met het verzoek of het kabinet op Prinsjesdag met een voorstel wil komen.

Uitgesloten is dat niet, want ook de regeringspartijen benadrukken dat zij  zorgmedewerkers een goed salaris gunnen. Het lastige is alleen dat dat door alle burgers moet worden opgebracht. Iemand moet immers betalen. 

 

Schatkist;

Voor de zorg geldt een speciale systematiek. Jaarlijks stelt het kabinet de OVA vast, de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling. Die koppelt de zorgsalarissen aan de gemiddelde cao-loonstijging in het bedrijfsleven, waarvoor het Centraal Planbureau de ramingen maakt. Dit jaar gaf het kabinet 3,28 procent extra voor de lonen, volgend jaar wordt dat 3,24 procent.

Tamara van Ark is als minister voor Medische Zorg verantwoordelijk voor de OVA en daarmee indirect voor de salarissen in de zorg. Zij zei daarover woensdag in het debat: ‘In 2020 bedraagt deze overheidsbijdrage ongeveer 1,1 miljard euro. Die wordt door werkgevers gebruikt om met sociale partners een cao af te sluiten. Ik constateer met goed gemoed dat in de afgelopen periode een aantal cao’s is afgesloten met serieuze loonstijgingen, bijvoorbeeld 5 procent bij de ziekenhuizen in januari, 3,5 procent bij de vvt (verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg, red.) per 1 juni en recentelijk nog een loonsverhoging van 5 procent bij de ambulancezorg per 1 januari.’

Logische vervolgvraag is dan waarom die OVA volgend jaar niet sneller kan stijgen dan de lonen in het bedrijfsleven. Dat is waar de oppositie eigenlijk om vraagt. Daarover is Van Ark kort: ‘Als we nu naast die overheidsbijdrage die er al is, nog een extra bijdrage zouden doen, kost dat vele miljarden extra. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met een krimp van de economie van 6 procent en liggen er andere dingen die we belangrijk vinden. Ik vind het niet realistisch en niet verantwoord.’

 

Als de lonen in de zorg stijgen, betaalt de burger dat. Linksom of rechtsom: via eigen betalingen, via de premie van de zorgverzekering of via de premie voor de langdurige zorg, of via de belastingen. 

De premie voor de verplichte zorgverzekering kan dan zomaar tientjes hoger uitvallen. De zorgpremie is op Prinsjesdag de meest concrete graadmeter voor de koopkracht. En een stijgende zorgpremie leidt steevast tot felle kritiek van de oppositie. 

Daar komt bij, dat als de lonen nu extra worden verhoogd, die lonen hoger blijven. Dat kan weleens olie op het vuur zijn. Want een jaar geleden stond Den Haag al een paar keer vol met onderwijzers, politiemensen en medewerkers uit de jeugdzorg. Allemaal sectoren die zich ook ondergewaardeerd en onderbetaald voelen. Dan liever een eenmalige bonus voor de zorg, redeneert het kabinet, want dat zijn eenmalige kosten. 

 

Houdt het kabinet dat vol met verkiezingen op komst? 

De oppositie zal het dus blijven proberen en de coalitie zal blijven tegenstemmen. Ook de bonus kwam er voor de zomer ‘spontaan’, een dag nadat het kabinet alle initiatieven daartoe van de oppositie had afgewimpeld. Ook voor de coalitiefracties zijn er immers verkiezingen op komst. 

 

We wachten af...

 

(Bron: FNV & De Volkskrant)

Reactie schrijven

Commentaren: 0