· 

Fysiologie van de ademhaling

De ademhaling wordt geregeld door het lichaam zelf, het wordt aan gepast aan het metabolisme. 

Er wordt gewerkt met het AMV = Adem Minuut Volume. Het AMV kan als volgt berekend worden: VT= ademteug X ademhalingsfrequentie. Iemand heeft een VT van 400ml en ademt 12/min. Dan is het AMV 400x 12 = 4,8L.

In rust heb je een lager AMV dan bij inspanning of ziekte/ koorts.

Inspiratie en expiratie
Inspiratie en expiratie

 

Inspiratie = inademing is actief.

Het diafragma (middenrif) + buitenste intercostaal (tussen rib) spieren trekken samen, de thoraxholte (borstholte) vergroot, de pleurde (borst + longvlies) volgen. Er ontstaat een negatieve druk t.o.v. de buitenlucht en lucht stroom in de longen.

 

 

Expiratie = uitademing is passief. 

Het diafragma (middenrif) + intercostaal (tussen rib) spieren ontspannen, de thoraxholte en longen verkleinen, waardoor er druk wordt opgebouwd en het lucht stroomt naar buiten. 

Zuurstof = O2 / koolzuur = CO2.

Het ademhalingscentrum zit in de hersenstam, daar bevinden zich receptoren  (ook in de a. carotiden) die de PH en het CO2 gehalte van het bloed meten, wordt de PH te laag (CO2 is immer een zuur in het zuur/ base evenwicht) en het CO2 gehalte te hoog, dan geven deze receptoren een seintje naar hersenstam om een groter AMV te creëren, dit kan door vaker of dieper te ademen. Op deze manier wordt het overschot aan CO2 verwijderd. 

alveoli, longblaasjes, longontsteking, pneumonie
alveoli, longblaasjes, longontsteking, pneumonie

 

Hiernaast zijn longen afgebeeld, je ademt in via je neus/ mond naar de luchtpijp (trachea), deze vertakt in een linker en rechter long. In de long bevinden zich miljoenen alveoli (longblaasjes), daar vind zuurstof afgifte aan het bloed en koolzuur opname plaats.

 

Bij een longontsteking kunnen een aantal van deze alveoli niet goed meer functioneren doordat er ontstekingsmateriaal in zit, er is nu een minder groot oppervlak om zuurstof en koolzuur uit te wisselen. 

Daardoor kunnen mensen het erg benauwd krijgen. Dit fenomeen heet shunting, daarover later meer.

Je kunt je voorstellen dat wanneer mensen die bijvoorbeeld al een longaandoening hebben en daarbij door een infectie elders in het lichaam koorts ontwikkelen, extra veel zuurstof nodig zijn en extra veel koolzuur (afvalstoffen) produceren, hierdoor moeten zij hard werken om voldoende zuurstof op te kunnen nemen en voldoende koolzuur uit te kunnen ademen. Deze mensen kun je dan ondersteunen met extra zuurstof.

Mochten de mensen zo uitgeput raken, dypsnoeisch of slechte zuurstof gehaltes in het bloed hebben dan moeten zij tijdelijk worden (non invasief/ invasief) worden beademd. Wanneer de infectie weer op zijn retour is, kunnen zij weer van de beademing af. 

UItwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
UItwisseling van zuurstof en koolstofdioxide

 

 

Leuke pupillampjes;

Reactie schrijven

Commentaren: 0